Kyot(w)o

​Na onze culturele inspanningen keerden we terug naar Kyoto om ons laatste weekend met Andreas door te brengen. Vrijdagavond rond middernacht kwamen we aan bij het huisje van Andreas waar we na een biertje meteen tussen de ve(ntilo)ren kropen. 

Na een warme nacht, namen we zaterdag de metro richting Kyoto centrum. Hier bezochten we enkele winkelstraten en gebouwen. 

In de late namiddag keerden we terug naar de buurt van Andreas’ stekje. Hier was er toevallig een klein festivaltje aan de gang,  waardoor we de kans kregen de Japanners eens muziekaal bezig te zien. 
 Na het Japans alternatief van verschillende muziekstijlen gesmaakt te hebben, namen we nog een kijkje in het centrum waarna we uitgeblust huiswaarts keerden. 

Zondag bracht Andreas ons naar de Ryōan-ji tempel. Deze tempel is bekend van zijn typisch Japanse stedentrip,  een van de verfijnst overlevende ‘dry landscape’ tuinen. Zorgvuldig uitgekozen rivierstenen staan opgesteld in een bed van witte kiezels. De bruingele kleien muur op de achtergrond staat voor de ‘wabi’,  en de stenen tuin voor ‘sabi’. Samen geven ze het aestetische aspect van de ‘wabi-sabi’  weer. De kiezels worden elke ochtend geharkt door de monniken en de rivierstenen staan zo opgesteld dat je ze nooit alle vijftien samen kunt waarnemen. 

Hierna bezochten we Arashiyama en zijn bamboe tuin. Arashiyama is een tof,  toeristisch district ten Westen van Kyoto. Met zijn vele heuvelachtige natuur en ligging langs het water konden we er een rustige wandeling maken. 

Na een kleine wandeling en nog wat moe van de avond ervoor besloten uit te rusten in de plaatselijke onsen. Hierna rusten we nog even uit in de gemeenschappelijke ruimtes waarna we weerkeerden om de volgende ochtend vroeg naar Tokyo te keren. 

Art paradise

​Vanuit Hiroshima reisden we verder via Okayama naar Tamano om daar de ferry te nemen en uiteindelijk in Theshima te belanden.  Teshima,  samen met Naoshima en Inuijama zijn drie kunsteilanden opgericht door de Benesse holdings en fukutake organisation.

Soichiro Fukutake, hoofd van de Benesse holding en rijk geworden door zijn vele taalscholen, had een droom om een soort cultuur paradijs te bouwen.  Na een lap grond op Naoshima gekocht te hebben besloot hij de befaamde architect,  Tadao Ando, aan te stellen voor het grote project. Na de voltooiing van dit project is hij nog museums blijven bijbouwen op Naoshima en de omliggende eilanden. 

Ons bezoek begon in Teshima,  het kleinere broertje van Naoshima. Bij aankomst zochten we eerst een plaatsje om onze rugzakken af te zetten en een fiets te huren. Na een kleine zoektocht tussen de veel te dure toeristische opties,  kwam er een vrouwtje naar ons toe die ons het adres gaf van een klein tankstationnetje. Hier konden we gratis onze grote trekkersrugzakken achterlaten en een kleine mountainbike huren voor nog geen 4,5 euro. 

Na een flinke krachtsinspanning over het bergachtige eiland kwamen we aan bij het architecturale hoogtepunt van onze reis: het Teshima art museum. 

Het gebouw,  een soort witte schelp,  is ontworpen door Ryue Nishizawa en de  Japanese artiest Rei Naoto. Op de grond waren er een soort mini fonteinen die waterdruppels over de vloer lieten bewegen. (omdat er binnen geen foto’s mochten worden getrokken, volgen er hier enkele van Iwan Baan.) 

Na een uitgebreid bezoek aan dit hoogtepunt, keerden we terug naar de haven om naar Takamatsu te vertrekken. Door onze late boeking waren alle hostels op het eiland al volzet en was er geen andere optie dan enkele eilanden verder te verblijven. 

Vrijdag was het de beurt aan Naoshima. Ook hier konden we na even zoeken onze rugzakken omruilen voor fietsen. Dit eiland, iets groter en mooier aangelegd dan Teshima maakte even deel van de kunst trienale.

Na een kleine fietstocht bezochten we eerst het art house project. Het interieur van verschillende traditionele woningen was door artiesten aangepakt.  Deze huisjes stonden verspreid in een oud vissersdorpje. 

In de namiddag bezochten we het Chichu art museum, een museum onder de grond om de relatie tussen mens en natuur te onderzoeken. Kunstwerken van Claude Monet, James Turrell en Walter De Maria stonden in speciaal ontworpen ruimtes door Tamano Andorra tentoongesteld. Ondanks de ruimtes onder de grond was er toch een overvloed aan natuurlijk licht. 

Hierna was het tijd om het Benesse house te bezoeken.  Een hotel gecombineerd met museum en het eerste project op deze kunsteilanden. Het ontbijt van het hotel kost 250 euro, dus de kamers waren zeker niet voor ons weggelegd. Na het beton een beetje beu te worden en met een beetje te veel cultuur in ons hoofd  keerden we terug naar de haven, deze keer op weg naar Kyoto. 

Kakkerlak paradise

​Zondag was het tijd voor Andreas om weer naar Kyoto te reizen, omdat we toch dieper het eiland wouden inruilen, besloten we mee te gaan.  

In de namiddag kwamen we in het regenachtige Kyoto aan waar we de trein namen richting het huisje van Andreas.

’s Avonds probeerden we de droom van Marius in vervulling te laten gaan: ooit blond haar hebben. Na een klein experiment bleek hij toch meer weg te hebben van Kevin de Bruine in plaats van een blonde God.  

Maandagochtend reden we door naar Fukuoka, de grootste stad van Kyusu, het zuidelijkste eiland van de vier Japanse hoofdeiland.  Na een lange wandeling langs enkele gebouwen van top architecten was het donker geworden waarna we weer huiswaarts keerden voor het volgende Blondie experiment. 

Dinsdagochtend begon onze verkenningstocht in het centrum waarna we de ferry namen naar Nokonoshima, een eiland 10 minuten gelegen van Fukuoke, ook bekend van zijn bloemenvelden.  (die we helaas niet gezien hebben) 

Hier besloten we een kampeerplaats te zoeken om zo ook wat de kosten van onze reis te drukken. Na een wandeling over het onbewoonde deel van het eiland bleek het toch wat moeilijk geschikte bomen te vinden.  Hierop kwam Bram op het o zo geniale idee onze hangmatten op het strand tussen de kakkerlakken en hooispinnen uit te rollen. 


In een laatste poging een geschikte hangplaats te vinden, maakte ik een van de touwen vast aan een boom waarna er een klein slangetje uitviel,  de tweede slang op onze reis. Een beetje gedegouteerd probeerde ik de terugweg aan te vangen maar omdat het water gestegen was, was dit onmogelijk geworden. Na een kampvuur besloten we ons toch maar neer te leggen bij het idee van een strandhangzak.

De volgende ochtend werden we wakker waarna we -na een frisse duik- via Fukuoka naar Hiroshima reisden. Eenmaal aangekomen in Hiroshima namen we eerst een flinke douche waarop we het Hiroshima peace museum bezochten. Dit museum, ontworpen door Kenzo Tage, vertelt het verhaal van de atoom aanslag. Op 6 augustus 1945 ontplofte de little boy,  een uranium bom, op 600 meter boven Hiroshima. In een klap werd de hele stad van de kaart geveegd. 237.062 doden. 

Na dit bezoek deden we nog een kleine wandeling in het nieuwe stadscentrum waarna iedereen moe genoeg was om als een zombie naar ons appartementje te keren en als een bok in slaap te vallen. 

Kanazawandreas

Vrijdag was eindelijk de dag aangebroken dat we Andreas op Japanse bodem zouden ontmoeten. We hadden afgesproken te Kanazawa, een stad met een rijke culturele traditie gelegen langs de Japanse zee, tussen de rivieren: Sai en Asano.

Des ochtends waren we vroeg opgestaan om de trein vanuit Nagoya naar Kanazawa te nemen. Helaas hadden we de verkeerde trein richting Kyoto genomen.  Deze trein kwam 5 minuten eerder aan op het zelfde spoor, maar dankzij het uitstekend Japanese treinnet,  kwamen we uiteindelijk maar met anderhalf uurtje vertraging toe te Kanazawa. 

Andreas zat ons al op te wachten aan het perron. Na een klein herenigings festijn besloten we eerst onze rugzakken af te zetten en dan het 21 museum te bezoeken. Hoewel het huisje waar we sliepen redelijk afgelegen lag, had onze gastheer fietsen voor ons ter beschikking, waardoor we ons wendbaar door Kanazawa konden bewegen. 

Het museum was een klein hoogtepunt van de Japanse moderne architectuur. Het gebruik van simpele geometrische figuren en een permiabiliteit die ongewoon is voor Japan, maken dit een uniek museum.  Dit toppunt van minimalisme wordt ook nog omringd door een klein parkje. 

(voor de kenners; inderdaad dit is de wolken meter van Jan Fabre op het dak,  identiek als op de Singel en het SMAK). 

Na dit uitgebreid bezoek besloten we nog iets te gaan eten en het nachtleven opnieuw leven in te blazen. 

Zaterdag begonnen we de dag bij de Ohmi market,  een gekende vismarkt te Kanazawa, waar we ook een stukje zalm aten.

Onze trip ging verder via de Kenroku tuin, een van de drie mooiste tuinen van Japan. Volgens traditie is er in Japan steeds een top drie. Over vele jaren zijm de Japanners altijd bezig geweest met de drie beste panorama’s, de drie beste bergen, de drie beste onsen,… 

Hierna bezochten we het DT Suzuki museum,  een museum over het leven en filosofie van Daisetz Teitaro Suzuki, een van de belangrijkste boeddhistische filosofen van deze tijd.

Hierna kwamen we op weg naar het strand, een lokaal foodfestivalletje tegen, waar we enkele plaatselijke specialiteiten verorberden. 

Hierna fietsten we verder via de rivierbedding van de Asano rivier richting zee. Tegen zonsondergang kwamen we toe aan het strand. Het strand was verlaten maar prachtig.  Na een kleine duik besloten we via de rivier terug te keren om een laatste glimp van het vuurwerk op te vangen. 


Het Japans vuurwerk was de moeite waard, overal lansg de rivier zaten families in de weerkaatsing van het vuurwerk te genieten van een drankje en een picknick. 

Iseshi & Nagoya 

​Woensdag was het weer nog steeds niet gebeterd. We besloten onze bergtocht af te lassen en aan aan onze gastheer, Hiro-san, te vragen ons naar Fujinomiya te brengen. 

Na de plaatselijke tempels te bezoeken, namen we de trein via Fuij naar Nagoya. 
Nagoya is de vierde grootste stad van Japan en een beetje het Charleroi van het land. De grote Japanse automerken zoals Toyota, Honda, Mitsubishi Motors zijn hier gevestigd. 

Eenmaal aangekomen gingen we eerst onze rugzakken afzetten om daarna nog even de stad te verkennen. 

Omdat er in Nagoya niet zo heel veel te beleven valt,  bezochten we donderdag Ise,  een stadje aan de Ise Baai. Ise is bekend door de Grote Ise het heiligeste Shintōheiligdom in Japan.

Het was al enkele dagen geleden dat we nog zo een klare lucht te zien kregen. Onder de stralende zon begonnen we aan onze tocht. Onze eerste stop was het Ise Jing,  een complex van Shintoschrijnen. Dit complex moet volgens traditie om de twintig jaar worden herbouwd. Wanneer een tempel af is,  beginnen ze al meteen opnieuw naar het zoeken van geschikte bomen om een nieuwe tempel te bouwen. Dit als symbool voor de dood en hervernieuwen en om de traditionele bouwtechniek van generatie op generatie door te geven. 

Nadat we het museum en de tempel bezocht hadden, zetten we verder richting een oud dorpje,  vier kilometer verderop. Deze kopie van maasmechelen Village, was gelukkig aan de rivier gelegen waar we de gelegenheid zagen om even in  de rivier te zwemmen. Het water was helder en had de  perfecte temperatuur. Hierna was het al avond en tijd om naar Nagoya terug te keren. 

どんぐりの背比べ

DONGURI NO SEKURABE (grootte van eikels vergelijken)

Maandagochtend besloten we Tokyo te verlaten en na een bezoek aan Nikko, richting Mt Fuij te reizen. Ik 

Na een rustige nacht vertrokken we rond 9 uur richting Nikko. Na enkele keren overstappen namen we de Shinkansen, ofwel bullet train, de Japanse hogesnelheidstrein. 

Een klein uurtje later kwamen we aan in het an de Japanse Alpen. Nikko is een klein stadje met nabijgelegen werelderfgoed. Deze plek bestond uit verschillende tempelcomplexen midden in de bossen. Een van de tempels is ook gekend van de drie aapjes, horen zien en zwijgen, die hier origineel ingekerfd waren.De drie apen heten in Japan Mizaru, met zijn handen voor zijn ogen (ziet geen kwaad),Kikazaru, met zijn handen op zijn oren (hoort geen kwaad) en Iwazaru, met zijn handen voor zijn mond (spreekt geen kwaad).

In Japan heerst er een cultuur van herbouwen in plaats van renoveren.  Toevallig werd net een tempel gerestaureerd en herbouwd.  Dit gaf ons de kans dit gebouw op een unieke mannier te bewonderen.  Rond de half heropgebouwde tempel, was een tijdelijke stelling geplaatst die toegankelijk was voor bezoekers andere hieruit konden we de vakmannen aan het werk zien.

Na ons bezoek namen we de bullet train via Tōkyō naar de Fujioshida, een dorpje langs de mount Fuij. In dit stadje hadden we een capsule hotel geboekt, een klein claustrofobisch hokje met een gordijntje aan het voeteinde. Het is een soort cel van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog. 

Dinsdagochtend konden we door de dichte mist helaas de mount Fuij niet zien. Na een lange discussie besloten we de Mt Fuij niet te beklimmen omdat we niet het juiste materiaal bij hadden. In plaats hiervan besloten via de vijf omliggende meren, een bergwandeling te maken en door te steken naar Fujioshida, waar we weer een trein konden nemen voor het vervolg van onze reis. 
We begonnen de tocht vol goede moed maar helaas besloot het weer roet in het eten te gooien. Nat geregend bereikten we de top van Mt Ashiwadayama.  Door de dichte mist konden we helaas niet veel van het uitzicht genieten waarop we besloten verder te gaan. Onderweg kwamen we een verlaten cafeetje tegen dat precies in de tijd was blijven stilstaan. Na een kleine koffiepauze begon het al laat te worden waarop we nu zeker moesten doorzetten. 

_________________________________
Onwetend liepen we  richting de vallei die door de mist en dichtheid van bomen steeds donkerder werd. Door de lava ondergrond liepen de wortels van de bomen als een doolhof over de grond. Door de dichte bebossing was het er muisstil en was er amper wind. Na enkele kilometers werkte het GPS signaal van onze gsm’s niet meer waardoor we probeerden in een rechte lijn achter elkaar in de mist te lopen. Plots viel ons oog op de restanten wat beenderen van een persoon bleken te zijn. 

Nee hoor,  het verhaal vanaf de lijn is verzonnen… Na een kleine koffiepauze begon het al laat te worden waarop we honger kregen en besloten in het dichtstbijzijnde dorp  eten te zoeken. Op weg naar het dorp ontdekten we een Onsen, die we na al dat gewandel, toch verdiend hadden. 

Een eerste keer een onsen,  een soort Japans badhuis is toch een vreemde ervaring. Nadat je je schoenen hebt opgeborgen en inkom betaalt hebt,  krijg je twee handdoeken en een sleutel voor je locker.  Hierna moet je je omkleden in een locker room waarna je jezelf moet wassen op een krukje. Deze doucheruimte is gevuld met krukjes waar iedereeen zich naast elkaar wast.  Nadat je grondig gewassen bent heb je keuze uit verschillende warmwaterbaden,  een sauna en een hammam. Een onsen is na een kleine gewenning periode een hemelse ontspanning. Tegen de avond begonnen de wolken al uit te klaren waarna we (na al die topjes gezien te hebben)  ook het topje vaan de Mount Fuij konden zien. 

Hierna stuurde onze gastheer of hij ons moest komen ophalen omdat hij wat ongerust werd dat we nog steeds niet waren aangekomen. wat achteraf een wijze beslissing bleek te zijn. De weg, die we eerst door de mist en regen zelf zouden wandelen, bleek pal door het Aokighara bos te lopen, de tweede populairste zelfmoord plaats ter wereld (na de Golden gate Bridge). Er worden tussen de 50 en 200 lijken per jaar gevonden. Vermoedelijk geldt de roman Kuroi Jukai, waarin iemand met een gebroken hart zijn leven beëindigt in het bos, als een inspiratie voor veel wanhopige Japanners die bomen boven treinrails verkiezen. Ook de gemiddelde telefoon of GPS werkt bijna nergens in het bos, waardoor er veel wandelaars  verdwalen. De oorzaak hiervan is echter niet bovennatuurlijk, maar door de vulkanische grond, die vol zit met ijzer, in combinatie met de bijzonder dichte bebossing.

Extra: mount Fuij in betere tijden

鴨が葱をしょって来る 

KAMO GA NEGI O SHOTTE KURU (de eend komt met prei op zijn rug) 

Voor onze derde dag hadden we een Airbnb te Roppongi geboekt, een sjieke wijk te midden van de uitgangsbuurt van Tokyo. Omdat hostels in Japan nog redelijk duur zijn, is een Airbnb een redelijk goed alternatief. 

Doordat we pas om 17.00 konden inchecken,  besloten we onze rugzakken mee te nemen op onze dagtrip richting Kamakura.  Deze stad, een vorige hoofdstad van Japan, ligt aan de zee en is volgebouwd met tempels. Na een kleine twee uur op de trein, aten we enkele noodles in een lokaal restaurant. Waarna we besloten een kleine hiketocht te maken langs enkele tempels en te eindigen bij een groot boeddha beeld. 

Door het mooie weer en de regemwoudachtige omgeving,  was de wandeling zeker de moeite waard. 

Na onze tocht besloten we even uit te rusten op het strand,  vooraleer terug naar Tokyo te keren. Helaas was het strand heel wat minder; een overbevolkt zwart bruin strand met een Ibiza mentaliteit. Eenmaal terug aangekomen te Tokio,  wandelden we vanuit het station naar ons eigen stekje. 

Op weg ernaar toe kwamen we een Japanse ripoff van de Eifeltoren tegen en nog een mooie boeddhistische tempel. 

Na ons geïnstalleerd te hebben in ons appartementje gingen we nog even van het plaatselijke Japanse nachtleven genieten. 
Voor onze laatste dag te Tokyo, stonden enkele plekjes die we nog niet bezocht hadden op de planning. Vanuit Roppongi liepen we zuidwaarts naar de haven van Tokio waarop we de trein namen naar het Noorden en het Yoyogi Park bezochten,  een van de grootste van Tokio. 

In Japan was Pokémon go nog maar enkele dagen geleden gelanceerd wat hier zeer duidelijk was; over heel het park (en ook op andere plaatsen te Tokyo) liepen jongeren met hun smartphone in de hand kop zoek naar een Pokémon in de struiken.

Hierna namen we de trein terug naar Shiboja. In deze wijk bevindt zich het grootste kruispunt ter wereld. Na dit punt bezocht te hebben werden we spijtig genoeg afgeleid door de vele winkels die ernaast lagen. Na Marius terug gevonden te hebben,  keerden we terug naar huis omdat we de volgende dag vroeg moesten opstaan voor de volgende dagtrip. 

鴨が葱をしょって来る 


KAMO GA NEGI O SHOTTE KURU (de eend komt met prei op zijn rug) 

Voor onze derde dag hadden we een Airbnb te Roppongi geboekt, een sjieke wijk te midden van de uitgangsbuurt van Tokyo.

Omdat hostels in Japan nog redelijk duur zijn, is een Airbnb een redelijk goed alternatief. Doordat we pas om 17.00 konden inchecken,  besloten we onze rugzakken mee te nemen op onze dagtrip richting Kamakura.  Deze stad,  een vorige hoofdstad van Japan,  ligt aan de zee en is volgebouwd met tempels. Na een kleine twee uur op de trein, aten we enkele noodles in een lokaal restaurant. We besloten een kleine hiketocht te maken langs enkele tempels en te eindigen bij een groot boeddha beeld. Door het mooie weer en de regemwoudachtige omgeving,  was de wandeling zeker de moeite waard. Na onze tocht besloten we even uit te rusten op het strand vooraleer terug naar Tokyo te keren. Helaas was het strand heel wat minder; een overbevolkt zwart bruin strand met een Ibiza mentaliteit. Eenmaal terug aangekomen te Tokio,  wandelden we vanuit het station naar ons eigen stekje. 

Op weg ernaar toe kwamen we een Japanse ripoff van de Eifeltoren tegen en nog een mooie boeddhistische tempel. Na ons geïnstalleerd te hebben in ons appartementje gingen we nog even van het plaatselijke Japanse nachtleven genieten. 
Voor onze laatste dag te Tokyo, stonden enkele plekjes die we nog niet bezocht hadd ’n op de planning. Vanuit Roppongi liepen we zuidwaarts naar de haven van Tokio waarop we de trein namen naar het Noorden en het…  Park bezochten. In Japan was Pokémon go nog maar enkele dagen geleden gelanceerd wat hier zeer duidelijk was; over heel het park (en ook op andere plaatsen te Tokyo) liepen jongeren met hun smartphone in de hand kop zoek naar een Pokémon in de struiken. Hierna namen we de trein terug naar Shiboja. In deze wijk bevindt zich het grootste kruispunt ter wereld. Na dit punt bezocht te hebben werden we spijtig genoeg afgeleid door de vele winkels die ernaast lagen. Na shoppen als vrouwen,  terug naar huis omdat we de volgende dag vroeg moesten opstaan voor de volgende dagtrip. 

寄らば大樹の陰

YORABA TAIJU NO KAGE
(Als je schaduw zoekt, zoek dan een grote boom)

Na een korte nacht, mede door de jetlag was het tijd om Tokyo te verkennen.  Het hostel lag in de Asakusa regio,  een van de 23 speciale gemeentes van Tokyo. Dit gedeelte ligt aan de oever van de Sumida. 

Een wandeling vanuit het hostel bracht me eerst in Ueno, een gemeente gekend van zijn museum park  met onder andere het Moma en het museum voor westerse kunst. Dit gebouw van de Corbusier is recent werelderfgoed geworden.  Door de vele regen besloot ik het nationaal museum te bezoeken waar de geschiedenis van Japan uit de doeken gedaan werd. 

Hierna ging de ontdekkingstocht verder via Akihabara, het technologie en Manga gedeelte van Tokio. Ookwel Electric city genoemd.  

In deze gemeente blijkt het dat Japanners zot zijn van Manga; torenhoge gebouwen met mangastrips en animatiefilms, ook kon je er allerlei kleding en popjes kopen. Het deed me een beetje denken aan Shenzen,  China’s alternatief.  

Na eens door een elektro warenhuis te wandelen,  was de volgende gemeente, Chiyoda niet meer ver af. 

Na een korte middagpauze – waarbij je een ticketje kon nemen aan de automaat, deze dan aan de keuken afgeven en dan benieuwd wachten wat je eigenlijk besteld had – kwam ik toe in Kokyo, de presidentiële tuinen te Chiyoda.

Het paleis, verwoest in de tweede wereldoorlog, maar deels heropgebouwd, is nog steeds de woning van de keizerlijke familie. Het andere deel is beschikbaar gesteld als een publiek park. 

In deze tuinen was het geluid van de krekels oorverdovend. Na een wandeling over een van de duurste percelen ter wereld was ik moegestapt en besloot ik te rusten op de trein en de andere jongens op te wachten in de luchthaven. 

Tegen 20 uur waren we herenigd waarna we terug naar de hostel keerden en na kleine avondwandeling en een eerste smaak van het plaatselijke bier,  de nacht al slapend tegemoet gingen. 

Na een goede nachtrust vertrokken we met onze rugzakken richting Kanamachi. Een suburb van Tokyo,  waar we die nacht verbleven omdat de rest van de hostels was volgeboekt.

Na een wandeling via Le Corbusier en een klein half uurtje op de trein,  arriveerden we in het traditionele hotelletje. Het hotel lag achter een bloemenwinkel waar we werden opgewacht door een oude Japanner.

Na onze rugzak te hebben afgezet,  vertrokken we weer richting Tokio station. Een wandeling langs het water bracht ons naar de grootste vismarkt ter wereld . Omdat het al namiddag was,  was deze markt al gedaan en leek hij eigenlijk niet zo groot. 

Vanuit de vismarkt ging onze wandeling verder via Ginza. Ginza staat bekend als een van de meest luxueuze winkelbuurten ter wereld, volgebouwd door starchitecten met oa Renzo Piano en Toyo Ito. 

Hierna keerden we terug naar ons hotelletje te Kanamachi waar nog een veel te dure pint opslorpten.